25 juli 2019
Sophie en Charlotte waren lekker bij opa en oma aan het zwemmen. Het was die dag ontzettend warm, bijna 40 graden, dus een beetje afkoeling in het zwembad kon absoluut geen kwaad. Robert had ondertussen een storing aan een van de koelingen op zijn werk. Robert werkte, net als ik, in een supermarkt en zeker met zulke temperaturen was het belangrijk dat zo’n storing snel werd opgelost. Wij waren daarom even die kant op gegaan om de schade zoveel mogelijk te beperken.
Rond 19.30 uur was Charlotte klaar met zwemmen en wilde ze uit het zwembad klimmen. De laatste tijd was ze al wat onhandiger dan normaal. Ze viel sneller en ook motorisch merkten we dat ze soms wat minder sterk was. Tijdens het uit het zwembad klimmen bleef ze met haar voet achter de rand hangen. Ze viel voorover en kwam met haar hoofd op de betonnen tegels in de tuin terecht.
Charlotte begon ontzettend hard te huilen en zei een paar seconden later dat ze niets meer kon zien. Precies op dat moment kwamen wij binnen. Na even bij opa gekroeld te hebben, vertelde ze dat ze heel moe was en wilde gaan liggen. Samen legden we haar op het loungebed bij oma in de tuin. Daar begon ze ineens over te geven en vanaf dat moment reageerde ze niet meer op wat wij tegen haar zeiden.
Met spoed naar Utrecht
Robert heeft direct de huisartsenpost gebeld en we moesten meteen langskomen. Daar nam de arts de situatie heel serieus. Er werd direct een ambulance opgeroepen en ook de traumahelikopter werd gealarmeerd. Na overleg met de arts van de traumahelikopter werd besloten om Charlotte per ambulance naar het UMC Utrecht te brengen. De helikopter bleef stand-by voor het geval die onderweg alsnog nodig zou zijn.
Na een rit van ongeveer 25 minuten kwamen we aan in Utrecht. Daar stond een enorm team van artsen, verpleegkundigen en andere specialisten klaar om Charlotte op te vangen. Na de eerste onderzoeken werd besloten om een CT-scan van haar hoofd te maken. Het vermoeden was op dat moment dat ze door de val misschien een zware hersenschudding of zelfs een hersenbloeding had opgelopen.
Inmiddels waren Robert en oma ook in Utrecht aangekomen en begon het wachten op de uitslag. De CT-scan was helaas niet goed. Er was iets te zien in Charlottes hoofd, maar op basis van de scan konden de artsen nog niet precies zeggen wat het was. Het kon een aangeboren afwijking zijn, maar er werd ook gesproken over de mogelijkheid van een tumor. Er moest daarom een MRI worden gemaakt om duidelijk te krijgen waar we mee te maken hadden.
Jeroen, een collega van Robert, en zijn vrouw Yvette hadden inmiddels gehoord wat er was gebeurd en zijn direct in de auto naar Utrecht gestapt. Op de achtergrond regelden zij ondertussen ook van alles rondom ons werk, zodat wij ons daar in ieder geval niet druk over hoefden te maken.
Toen kwam de uitslag van de MRI. Die was veel heftiger dan we hadden gehoopt. In Charlottes hoofd zat een tumor met een cyste van ongeveer vier centimeter. Deze waren zo groot dat delen van haar hersenen verdrukt werden. Omdat Charlotte nog steeds buiten bewustzijn was, werd besloten dat ze diezelfde nacht geopereerd moest worden.
Eigenlijk hadden we weinig keuze. De tumor en cyste moesten eruit. Natuurlijk bracht een hersenoperatie enorme risico’s met zich mee, maar niets doen was op dat moment nog gevaarlijker.
Richting de operatiekamer
Inmiddels was het ongeveer 02.45 uur. De operatiekamer was klaargemaakt, artsen en assistenten waren opgeroepen en wij werden met Charlotte naar de OK begeleid. Daar werd alles voorbereid, de apparatuur werd aangesloten en Charlotte werd van haar IC-bed overgetild naar het bed van de operatiekamer.
En toen gebeurde er iets wat niemand had verwacht: Charlotte werd wakker.
Niet een klein beetje wakker. Nee, ze begon meteen volop tegen de mensen op de OK te kletsen. Onder andere over haar plannen om geld te sparen, zodat ze later haar eigen huisje of boerderij kon kopen. Na al die slopende uren zagen we ineens onze eigen Charlotte weer.
De neurochirurg, dokter Oudekerk, wist bijna niet wat hij zag. Hij was vanaf het moment dat de afwijking op de CT-scan werd gevonden betrokken en had ons ook de uitslag van de MRI verteld. Alles stond klaar om Charlotte direct te opereren, maar doordat ze ineens weer volledig bij bewustzijn was, veranderde de situatie.
De neurochirurg besloot dat het op dat moment veiliger was om de operatie uit te stellen tot de volgende ochtend. Dan kon hij uitgerust en met een compleet team aan de operatie beginnen. En eerlijk gezegd gaf dat ons ook een beter gevoel. De operatie moest nog steeds gebeuren, daar was niets aan veranderd. Maar nu hoefde het in ieder geval niet midden in de nacht met een team dat halsoverkop bij elkaar was geroepen.
Ondertussen moesten er natuurlijk ook allerlei praktische dingen geregeld worden. Sophie bleef lekker bij opa en oma. Daar voelde ze zich thuis en kon voor haar alles zoveel mogelijk gewoon doorgaan. Ze hoefde op dat moment nog niet bezig te zijn met alles wat er rondom haar grote zus gebeurde.
En dan hadden we thuis natuurlijk ook nog Beau. Onze hond is niet gewend om dag en nacht bij een andere hond te zijn en haar zomaar ergens anders onderbrengen was daarom niet zo eenvoudig. We konden gelukkig regelen dat mijn vader ’s avonds met haar ging wandelen. ’s Ochtends zou een van ons even op en neer rijden om voor Beau te zorgen. Dan konden we meteen wat spullen van thuis halen, een was draaien en daarna weer terug naar Utrecht.
Misschien was het ook helemaal niet verkeerd om tussendoor even in de auto te zitten en ons hoofd een klein beetje leeg te maken.
Want de volgende ochtend stond ons iets te wachten waarvan we een paar uur eerder nooit hadden kunnen bedenken dat het onderdeel van ons leven zou worden.
Onze dochter van vijf moest een hersenoperatie ondergaan.